Daphne (16): “Ik voelde me onbegrepen en ik kon mijn emoties niet uiten”

Toen ik jong was, was ik al erg eigenwijs, ik werd boos om alles en wilde ook alles zelf doen. Ik had een sterke eigen wil. Ik had vanaf mijn 6e levensjaar al professionele hulp; ze kwamen bij ons thuis, en ik ging ook naar deze zorgprofessionals toe. Deze zorgprofessionals waren thuisbegeleiders en andere behandelaren. Ik kon niet goed met ze opschieten en had er ook heel veel ruzie mee.

Vanaf groep 7 ben ik 6 maanden in een woongroep geplaatst, want het ging thuis niet meer. Ik had het zelf niet door, dat het niet goed ging. Bij de woongroep zat speciaal onderwijs en daar ging ik ook naartoe. Mijn routine was naar school gaan, dat was prima, maar verder deed ik niet zoveel. Deze woongroep heeft niet zoveel geholpen. Ik ben toen weer terug thuis gaan wonen, dat ging een tijdje wel goed. Maar langzaam werd het weer erger. Ik voelde me onbegrepen en ik kon mijn emoties niet uiten, de enige emotie die ik kende was boosheid. Waar het wel goed ging, was op school, maar dat hief zich op met de situatie thuis, daar had ik extra veel moeite.
Uiteindelijk bleek dat het op school niet goed ging, dat is onbewust gegaan, maar ik begreep heel veel dingen op school niet. En die frustratie kwam er dan thuis uit, want mijn familie stond dicht bij me en mocht de klappen opvangen.

In de 1e klas van de middelbare school ben ik weer in een woongroep gaan wonen. Dit keer was het 10 maanden. Het was een soort ‘rebound school’ waar heel veel kinderen met allemaal andere achtergronden bij elkaar zaten. Mijn klas bestond uit de kinderen waar ik mee in de woongroep zat. Dat was een groep/klas die mij eerlijk gezegd niet boeide. Met deze instelling, heb ik die 10 maanden ‘volbracht’. Ik heb letterlijk niets voor school gedaan in die tijd. Dat was dus geen goed teken. Ik kon de docenten niet meer behandelen zoals IK ze wilde behandelen. Ik kende hun zwakke plekken, maar zij beslisten over mij wat ik moest gaan doen. Daar kon ik niet tegen. Ik had geen motivatie meer en in de woongroep vond ik mijn groepen niet leuk. Ik had per week 1 gesprek met een behandelaar, maar dat is natuurlijk helemaal niets. Als ik daar een gesprek met een behandelaar had, dan waren de gesprekken helemaal niet diep, dus feitelijk kwamen we niet echt verder. Buiten het feit dat de 1 op 1 gesprekken tot niets leidden, vond ik de activiteiten helemaal niets, dus ik deed niet mee.

Na deze 10 maanden wilde ik naar huis: ik miste mijn ouders heel erg. Ik was dan wel vervelend en had het lastig met mezelf, ik heb altijd van mijn ouders gehouden. Ook vond ik dat het goed ging in de woongroep. Helaas mocht ik niet naar huis van de begeleiding. Blijkbaar vonden zij dat het niet goed genoeg ging.

Ik moest naar een pleeggezin in Den Bosch. Daar heb ik 1,5 maand gezeten en elke avond heb ik gehuild. Ik wilde zo graag naar huis. Uiteindelijk heb ik kunnen regelen dat ik naar huis kon.

Ik werd ouder, en een tijdje ging het wel goed met me. Maar ik ging met de verkeerde mensen om, en ik kon nog altijd niet met mijn emoties omgaan. Het is redelijk te verklaren dat ik niet met mijn emoties om kan gaan; mijn vader heeft een lastige jeugd gehad en heeft daardoor ook niet geleerd met zijn emoties om te gaan. En hij ging ook vaak flink tekeer.

Mijn moeder heeft een spierziekte en van haar wist ik heel goed haar zwakke plekken te vinden. Uiteraard kregen we daar dan weer ruzie om. Ik stond met ruzie op en ik ging met ruzie naar bed. Zo ging het elke dag weer. Mijn ouders waren altijd degenen die ik de schuld gaf. Ik trok me niets van hen aan, ik trok mijn eigen plan en ik deed dat omdat ik zelfstandig wilde zijn. Er was ook nooit iets mijn schuld. Omdat het zo lastig thuis was, heb ik 3 weken bij mijn oma gewoond. Zij, en mijn tante, waren altijd al heel belangrijk voor mij geweest dus dat leek een goede keuze. Maar zelfs dat hielp op een gegeven ogenblik niet meer. Niets hielp. Ik ging niet meer naar school, ik wilde helemaal niets meer. Het ging bij oma niet goed, het ging thuis niet meer goed, met mijn zusje ging het niet goed en met mijn ouders ook niet.

Toen kwam mijn moeder met Yes We Can Clinics. Uiteraard was mijn reactie: Flikker op, daar ga ik niet heen, ik wil dat niet, ik wil geen 10 weken weg. Het voelde wederom alsof IK de schuldige was. “Ik was weer degene die weg moest.” Toen kwam er iemand van Yes We Can bij ons thuis om uitleg te geven over het programma en over Yes We Can. Bij de intake, waarbij mensen van de gemeente aanwezig waren, mocht ik in eerste instantie niet naar Yes We Can gaan. Maar ik heb een tweede kans gekregen; hiervoor heb ik een motivatiebrief moeten schrijven en moeten laten zien dat ik de bereidwilligheid had om wel te laten zien dat ik motivatie had om te veranderen. Diep van binnen wilde ik wel, maar ik kon me niet kwetsbaar opstellen.

Toen ik bij Yes We Can aankwam wilde ik niet direct geprikt worden; ik wilde stoer overkomen. Ik werd zo liefdevol ontvangen en ik kreeg zulke positieve aandacht. Dit had ik niet verwacht. Iedereen die daar werkt begreep mij! Dat was voor het eerst! Ik was zo ontzettend blij. Ik voelde me meteen op mijn gemak. De coaches die er werken, die begrijpen je zo goed omdat ze veelal zelf ook het een en het ander mee hebben gemaakt.
Het hele traject ging me met ups en downs af. De downs omdat ik alles binnenhield en mezelf niet uitsprak. Ik kropte dingen op. Ik wilde namelijk niet boos worden, want ik wilde niet dat iemand zag dat ik zo boos kon worden. Ik wilde aardig gevonden worden. Dat is met het hele team, namelijk; counselor, behandelaar en de coaches, besproken.  Hierna voelde ik me een stuk beter en ben ik me meer open gaan stellen. Ik durfde mijn emoties te tonen. Hierdoor ben ik sterker geworden en heb ik ook andere emoties, dan alleen boosheid, kunnen ontwikkelen. Ik heb geleerd hoe ik mezelf kan zijn en niet aan te passen naar hoe anderen mij willen hebben.

De boosheid kwam voort uit een vorm van autisme die bij mij is vastgesteld. Hierdoor is bij mij van alles duidelijk, o.a. waarom ik sneller en feller reageer dan bepaalde andere mensen. Daar heb ik nu de controle over en dat heb ik geleerd bij YWCC. Mijn vorm van autisme zie je niet aan mij. Het zit in bepaalde punten: begrepen voelen en duidelijkheid.

Na Yes We Can Clinics vond ik het gek om weer thuis te zijn, maar ook erg fijn. Mijn ouders had ik enorm gemist. Na de 10 weken vond ik het erg fijn om de Nazorg nog te volgen. De houvast en het feit dat je je verhaal kwijt kan is erg fijn.

Momenteel gaat het goed met me! Ik zit in Goirle op school, in 3 VMBO kader. Ik spreek me ook uit bij de mensen die dichtbij me staan, dus ook mijn ouders. Uiteraard zijn er stress momenten, maar deze probeer ik uit te leggen. Het vertrouwen met papa en mama is daarmee ook helemaal hersteld. De band is veel sterker geworden en we kunnen goed met elkaar praten. Wat ook leuk is, is dat ze trots op me zijn! Als het op school goed gaat, dan gaat het thuis ook goed, en dat is erg fijn om te weten. Ik heb de banden met de verkeerde mensen verbroken zodat ik me thuis beter kan voelen en zodat de thuissituatie beter werd. Iedereen thuis is vrolijker en er  heerst een hele liefdevolle sfeer. Erg fijn!

Bij Yes We Can Clinics heb ik mezelf echt heel erg leren kennen. Ik heb geleerd om voor mezelf te weten wat de waarheid is en wat niet. Wat anderen over me zeggen heeft geen invloed meer op me. Voor YWCC had ik dit niet kunnen zeggen, of überhaupt denken dat dat ooit nog zou gaan gebeuren.