Amilcar (15) had problemen met de autoriteiten, loog en bedroog

Op mijn tweede ben ik samen met mijn zus en mijn moeder naar Nederland verhuist, omdat mijn moeder een andere man had ontmoet. Dit vond ik erg moeilijk en heb ik nooit goed kunnen verwerken.

Vanaf kleins af aan ben ik al een klein driftig kindje geweest. Ik werd snel boos en reageerde vaak agressief. Tijdens mijn basisschooltijd ben ik veel gepest door mijn uiterlijk en afkomst. Ik werd vaak uitgescholden voor dikke en kut buitenlander en wist niet hoe ik daarmee moest omgaan. Daar komt ook een stuk boosheid vandaan.
Op jonge leeftijd ben ik bezig met allerlei therapieën en cursussen bij een hulpverlening, hiermee ben ik na vier jaar gestopt omdat het geen nut meer had. Mijn eerste problematiek begon rond mijn dertiende. Ik ging vaak mijn eigen weg in en luisterde niet meer goed naar mijn ouders. Ik had een grote mond en ik trok mezelf steeds meer terug in mijn kamer. Ik was vaak buiten met vrienden voetballen of chillen, omdat ik dat leuker vond dan met mijn ouders te zijn. Op school ging het ook niet goed, ik was in de eerste van school gestuurd en in de tweede werd ik vaak eruit gestuurd. Waardoor ik mijn best niet meer ging doen en mijn cijfers slechter werden. Ook mijn thuissituatie verslechterde, ik had alleen maar ruzie met mijn ouders en ik communiceerde helemaal niks meer. Totdat ze in april zeiden: je kunt kiezen of naar Yes We Can Clinics of het huis uit. Dit was voor mij een grote schok. Na heel veel gesprekken met een schoolmaatschappelijk werker en mijn mentor heb ik tijdens de intake er toch voor gekozen om op mijn veertiende naar Yes We Can te gaan en alle leuke dingen in de zomer te missen.

Op 10 juni 2015 ging ik naar de kliniek met heel veel spanningen. Tijdens mijn opname ben ik erachter gekomen dat er veel boosheid zit dat mijn moeder mij mee heeft meegenomen naar Nederland en dat ik heel veel gemis had naar mijn vader toe. Tijdens de verbindingsdag heb ik aan mijn ouders verteld wat mijn gevoel is over de verhuizing en het gemis van mijn vader. Daarnaast heb ik in de kliniek heb ik geleerd hoe ik met mijn boosheid om kan gaan en daar heb ik veel aan gehad.

Na de verbindingsdag had ik steeds minder zin in de behandeling en deed ik niet meer mijn best. Ze besloten me in mijn negende week naar huis te sturen.

Ik realiseerde me dat het heel moeilijk is om weer het leven op te pakken eenmaal in Nederland en ik heb heel erg veel spijt gehad dat ik het behandeltraject niet heb afgemaakt. Maar ik moest het er beste van gaan maken en dat is me redelijk gelukt.

Ik ben die week daarna meteen met de nazorg begonnen en naar school gegaan. Na acht weken nazorg vind ik het jammer dat het erop zit en het gaat veel en veel beter dan voor de opname. Thuis gaat het met ups en downs veel beter met me. Ik kan weer normaal met mijn ouders praten en heb een betere contact met mijn stiefvader. Op school gaat het nu ook heel goed. Ik ben bezig met mijn 3 kader beroepsgerichte leerweg. Ook de school vond het achteraf een goede keuze voor mij om naar Yes We Can te gaan.

Ik ben blij dat ik alle fellows en de nazorg had, want hun hebben me allemaal geholpen! Want heb veel inzicht gekregen en ben blij dat ik naar Yes We Can ben gegaan!