Daphne (22) heeft controle over haar depressie, is verslaafd en heeft weer doelen voor ogen

Mijn vader kreeg een burn-out toen ik vijf was. Op mijn achtste overleed mijn oma en pas toen werd duidelijk wat de impact was. Ik had niet leren omgaan met mijn emoties. Het werd te veel, wilde niet meer leven en probeerde mezelf te laten stikken. Ik zweeg over waar ik tegen aanliep, ik vond dat er al genoeg problemen waren, dus ik zou de mijne wel oplossen. Machteloosheid en overbodige gevoelens beheersten mijn leven. Achteraf gezien begon ik op die leeftijd met automutilatie. Ik schopte regelmatig mijn benen blauw en met mijn vuisten sloeg ik tegen de muren. De suïcidale gedachtes namen toe en ik sprak met mezelf af het vol te houden tot mijn twintigste, dan zou alles opgelost zijn. De middelbare school liep ik ook door met deze gedachte. Na de middelbare school ben ik vaak verhuisd. Zoekend naar een thuis en een plek zonder problemen. Niet beseffend dat het grootste monster in mijn hoofd leefde. Niemand zag mij en mijn monster had alle vrijheid. Ik begon met snijden en vond daar mijn oplossing in. Ik begreep het gevoel, de pijn had een duidelijke oorzaak. Daarnaast gaf het een gevoel van controle. Ik heb wel hulp gezocht, maar speelde nooit open kaart, waardoor ik niet terecht kwam op een plek waar ze mij konden helpen. Telkens zeiden ze dat ik en mijn problemen te ingewikkeld waren. Mijn gedrag werd erger en mijn depressie nam de overhand. Ik stopte met mijn studie en begon het jaar daarop met een nieuwe opleiding. Toen ging alles goed. Ik was twintig en de afspraak was dat alles dan opgelost zou zijn, dus dat was het ook. Tot een leraar ervoor zorgde dat de realiteit mij in het gezicht sloeg. De depressie zat er nog. Ik ging alleen nog maar naar school om veilig te zijn voor mezelf. Gelukkig ken ik een oud-fellow en heeft hij ervoor gezorgd dat ik naar de kliniek ging. Zelf zag ik niet in hoe ver ik was afgegleden.

In de kliniek kwam ik opeens in een warme, liefde- en begripvolle omgeving terecht. Ik vond het niet makkelijk om mij open te stellen, dat had ik mezelf jarenlang verboden. Toen ik eindelijk gebruik ging maken van deze gelegenheid, na een aantal confrontaties, begon ik inzicht te krijgen. Ik leerde mijn emoties en de oorzaken te herkennen en mijn behoeftes uit te spreken. Door opdrachten heb ik ervaren hoe sterk en groot mijn monster is en daarna heb ik geleerd hoe ik sterker dan hem kan zijn.

Thuis vond ik het niet makkelijk. Ik had gelukkig nazorg en Yes We Do. Daar kon ik mij verder ontwikkelen. Toen ik de kans kreeg langer te blijven, pakte ik dat met beide handen aan. Ik leerde mijn chronische depressie accepteren. Ik zie nu in dat mijn problemen groter zijn dan ik dacht. Dat ze te groot zijn om alleen aan te pakken. Ik moet het zelf doen, maar dit keer niet meer alleen. Als ik ergens niet mee om kan gaan, bel ik een fellow op. Ik voel mij weer gewaardeerd en geliefd, heb fantastische vrienden overgehouden uit de kliniek. Tegenwoordig heb ik weer een doel voor ogen, heb mezelf gevonden en ben een betere versie geworden. Ik heb weer passies en ben nu zelfs bezig met het uitbrengen van een eigen boek, hoe vet is dat!

Elke dag mis ik de kliniek. Het programma, het samenwonen met de fellows en de gesprekken met de coaches. Ik heb nu hier ook een warme omgeving, door het contact met fellows, wat ik dagelijks onderhoud. Tegenwoordig sta ik boven mijn twee ziektes: depressie en verslaving. Zonder YWCC was mij dit niet gelukt.

Als je de kans krijgt, ga er dan volledig voor! Het heeft mijn leven gered en een stuk mooier gemaakt.