Isa (18): het begon met een eetverslaving, maar het werd alleen maar meer

Ik ben geboren op 14 januari 1999, te Maastricht. Ik ben opgegroeid in een gezin van zes, bestaande uit twee zusjes, een broertje en een vader en moeder die tot de dag van vandaag getrouwd zijn.

In het algemeen heb ik een hele goede jeugd gehad. We deden samen leuke dingen en gingen vaak op vakantie naar Zeeland en Frankrijk. De leuke dingen bestonden o.a. uit creatieve knutsel- schilder- en tekenwerken en andere familie-activiteiten, zoals wandelen.

Rond mijn 4e levensjaar kreeg mijn vader een burn-out. Dit had effect op de sfeer thuis, die zeer gespannen werd. Ik vond dat er veel ruzies waren. Papa werd snel boos en was vaak chagrijnig. Dit heeft ongeveer 2 jaar geduurd. In deze tijd werden er fysieke straffen; slaan, duwen en knijpen, toegepast bij mijn zusjes en mij. De gespannen sfeer bleef bestaan.

Op school en hockey kon ik makkelijk vriendjes en vriendinnetjes maken. Ik was een heel sociaal, vrolijk en blij kind. Thuis kon ik ook flink kattenkwaad uithalen. Ik was een vreselijke zus met name voor mijn oudste zusje. Ik was heel jaloers op haar, omdat ik dacht dat mama meer van haar hield dan van mij. Ik pestte haar, zodat ik me beter kon voelen over mezelf, dat ik wel goed genoeg ben, dat ik het waard ben om van gehouden te worden. Ik zei dingen tegen haar, zoals: ‘gooi jezelf uit het raam’, ‘loop naar de maan’, ‘ga dood, niemand boeit het toch’, ‘niemand houdt van je’ en scheldwoorden. Bij mijn jongste zusje was dit minder, maar was ik ook zeker geen goede zus.

Toen ik 8 was kreeg ik slaapproblemen en  kon ik niet meer goed in slaap komen en doorslapen. Hiervoor hebben we bloed laten prikken en daar kwam niks bijzonders uit. Er werd gezegd dat ik me aanstelde en dat er helemaal niks aan de hand is. Ik voelde me hierdoor onbegrepen en wilde gewoon niet meer moe zijn en goed kunnen slapen. We hebben hier verder niks meer mee gedaan.

Ik kreeg ook meer angsten en was voor bijna alles en niets bang. Ik had nachtmerries en kwam dan naar mijn ouders laat in de avond of in de nacht, maar er werd niet geluisterd. Ik stelde me wederom aan en voelde me weer onbegrepen. Ik leerde om niet meer om hulp te vragen, omdat ik toch niet werd geloofd en dan alleen maar ruzie en confrontaties kreeg.

 

Rond mijn 10e raakte ik in de puberteit en begon ik een vrouwelijk figuur te krijgen. De andere meisjes in de klas hadden dit niet. Ik voelde me hierdoor heel erg alleen en wilde gewoon zijn zoals de rest was. Ik schaamde me ervoor. De jongens begonnen me te pesten, dat ik borsten had en dat ik ‘’dik’’ was. Ze hadden er een liedje over gemaakt: ‘’ Isa is dik, Isa is dik….’’ Ik voelde me heel erg onzeker, ik zat vol met schaamte over mijn eigen lichaam en durfde geen strakke kleding meer te dragen. Ik droeg wijde kleren, zodat je mijn borsten niet goed kon zien. Dit ging met vlagen en komen en gaan de rest van de basisschooltijd.

12 mei 2010 stortte mijn opa en oma neer met een vliegtuig in Tripoli. Ik was er erg verdrietig over. Daarnaast zat ik vol schaamte en schuldgevoel, omdat het laatste wat ik tegen hun zei was: ‘vergeet geen olifantenkettinkje mee te nemen!’. Ik vond het moeilijk om papa zo verdrietig te zien. Ik zag papa immers amper huilen. De volgende dag gingen mijn ouders naar een bijeenkomst voor de volwassene nabestaanden en mijn zusjes en broertje naar een pretpark met de buren. Ik was niet in de stemming voor een pretpark, dus bleef alleen thuis. Die dag begon mijn eerste verslaving; een eetverslaving. Ik begon heel veel junkfood te eten om al het verdriet weg te eten. Daarnaast ging ik mijn afleiding zoeken in werken aan een werkstuk voor school.

Ik durfde niet meer om hulp te vragen aan mijn ouders, vanwege hetgeen uit het verleden. Ik gaf hun de schuld ervan dat ze er niet waren voor mij, maar ik kwam nooit om hulp vragen. Ik begon wrokgevoelens te stapelen, dat ze er niet waren ook als ze er wel waren.

Door het vele eten kwam ik nog niet aan, omdat ik nog in de groei zat. Maar mijn ouders en met name mijn moeder had(den) er veel commentaar op. Dat ik overgewicht had, te dik was, zou je dat wel eten Isa?, et cetera, et cetera. Ik reageerde hier vaak heel boos op, terwijl ik eigenlijk er heel verdrietig over was en onzeker. Maar dit durfde ik hun natuurlijk niet te vertellen, want dan moest ik me kwetsbaar opstellen en dan kunnen ze me nog meer pijn doen. Dit bleef een aantal jaren doorgaan.

Toen ik 12 jaar was, ging ik naar de middelbare school, waar ik nog steeds snel en veel vrienden kon maken. Ik ging naar HAVO/VWO een college in Maastricht. Op school ging alles prima met ups-and-downs.

Een jaar later na veel confrontaties over mijn gewicht zijn we naar de huisarts gegaan, zodat we daarna werden doorverwezen naar de diëtist. De huisarts was het er echter niet mee eens en van haar moest ik naar een psycholoog. Aangezien ik mijn gevoelens aan het weg eten was, dus moesten we de kern van het probleem aanpakken.

Ik ben toen ongeveer een jaar in behandeling geweest bij Virenze en had EMDR- therapie.  Waardoor ik het trauma heb kunnen verwerken. Ik begon gezonder en normaal te eten en ging 2 jaar later vanuit mezelf naar een diëtist.

Aan het einde van mijn 14e levensjaar was ik vaak weekenden alleen thuis en begonnen mijn ouders beide meer te werken. Ze waren niet vaak thuis voor mijn gevoel en als ze thuis waren voelde ik geen ruimte om mijn dag te bespreken, omdat ik bang was voor confrontatie of dat ik iets fout deed. Ik legde de lat heel hoog en voelde dat mijn ouders ook veel van mij verwachten. Ik wilde ze niet teleurstellen, want dan volgde er meestal (hoe ik het zag) straf en confrontatie. Ik voelde me vaak dom vergeleken met de rest thuis. Dit liet mijn vader blijken in ruzies over mijn cijfers, waar hij zei, dat ik op het VMBO thuishoor.

De weekenden waar mijn ouders weg waren, begon het drinken, blowen, roken, liegen, stelen, bedriegen en manipuleren. Ik ging om met ‘foute’ vrienden en liet ze overkomen om te chillen. Ik werd verliefd op een jongen. In deze ‘relatie’ liet ik me misbruiken en gebruiken, dit duurde ongeveer anderhalf jaar toen ik een eind aan het contact met hem bracht.

Op mijn 17e in maart kreeg ik een nieuwe vriend. De eerste maand van de relatie ging het goed en hadden we geen ruzie, de ‘honeymoonfase’. Maar snel daarna hadden we elke dag ruzie. De relatie bestond uit ruzie, seks en blowen. Ik ben toen dagelijks begonnen met blowen en ook steeds meer gaan drinken overdag en doordeweeks. Ik ben meerdere keren vreemdgegaan, waar hij niks van weet. De relatie duurde ongeveer 8 maanden, waar het aan- en uit ging.

In de zomervakantie dat jaar ging het helemaal fout. Ik was drie weken alleen thuis, omdat ik niet mee wilde op vakantie met de familie. Ik begon vanaf s’ ochtends vroeg te drinken, roken en blowen. Ik gebruikte zo ongeveer 3 à 4 flessen alcohol per dag en 3 gram wiet/hasj.

In augustus, toen mijn vader thuiskwam, ben ik naar een psychiater gegaan, die mij doorverwees naar het Mondriaan, een psychiatrische inrichting van de GGZ. Ik had hier een psycholoog, psychiater en familietherapeut, die ik allemaal voor de gek kon houden. Ik had intussen veel medicatie gekregen om rust te creëren, maar bleef drinken.

In oktober heb ik een overdosis genomen met slaapmedicatie, omdat ik echt geen hoop meer zag. Ik ben toen in coma geraakt en ben afgevoerd naar het ziekenhuis, waar ik na een halve dag ontwaakte.

Ik ben hierna gestopt met de medicatie, behalve de antidepressiva.

Ik woonde intussen bij vrienden van mijn ouders. Hier heb ik ongeveer tweeëneenhalve maand gewoond. Waar het op een gegeven moment ook echt niet meer kon door mijn gedrag van een actieve verslaving.

Die dag en nacht heb ik op straat rondgezworven en flink wat gedronken. Uiteindelijk heb ik rond 1 uur ’s nachts gebeld of ik nog een nacht daar kon slapen, dit was goed en hij haalde me op. Ik ben toen de crisisopvang ingegaan en heb dat weekend op de Paass, psychiatrische afdeling van het AZM, gelegen. Vervolgens heb ik een nacht thuis geslapen na veel gedoe en een nacht bij een vriendinnetje. Daarna ben ik gaan wonen bij mijn opa en oma en tante, in Noord-Brabant. Hierna kon ik eindelijk tijdelijk worden opgenomen in de Psychiatrische Inrichting van Mondriaan, te Heerlen. Hier verbleef ik ongeveer twee weken.

Vervolgens ben ik naar Yes We Can Clinics gegaan.