Robin (18) was enorm onzeker en bedacht coping mechanismen om hiermee om te gaan

Niemand had ooit door dat er iets ‘mis’ was met me totdat ik het ze vertelde. Ik was namelijk een ster in het verbergen van mijn problemen. Met veel smoesjes en leugens wist ik overal onderuit te komen. Toch begonnen mijn problemen al in groep 7. Dat jaar werd ik gepest en voor van alles uitgemaakt, maar ik begreep het niet. Als naïef 11-jarig meisje snapte ik niet hoe mijn beste vriendin, zo dacht ik, zulke dingen over mij kon vertellen. Ik begon me enorm onzeker te voelen. Nòg onzekerder dan ik al was. Ik begon met het overslaan van maaltijden en mezelf te isoleren. Ik beschermde mezelf tegen de boze buitenwereld door een enorme muur op te trekken om me heen.

Na de zware laatste paar jaren op de basisschool hoopte ik op een nieuwe start op de middelbare school. Ik ging havo/vwo doen in een sportklas. Van de 27 klasgenoten waren er 5 meiden. Ik was bang dat geen van die meiden mij zou mogen als ik mezelf was. Daarom ben ik toen een soort ‘aanpasgedrag’ aan gaan leren bij mezelf. Ik begon aan te voelen hoe ik me moest gedragen in de buurt van welke vriendin. Toch hielp het niet om het pesten op deze manier te voorkomen. Als stil meisje was ik een gemakkelijk slachtoffer voor het pesten. Dit pesten varieerde van afpersen tot uitschelden en uitlachen. Ik moest dus een andere manier vinden om niet gepest te worden. Daarom heb ik al in de 2e klas een eetstoornis ontwikkeld. Op die manier had ik een stukje controle die ik niet had als ik werd gepest. Dat begon allemaal tijdens een verzorgingsles waarin we een stuk van de documentaire ‘vel over been’ keken. Het ging over jongeren met anorexia. Er werd uitgelegd over de gedoemde sites en het dieet dat erbij hoorde. Ik at toen al minder dan normaal, maar na die les ben ik thuis op zo’n site gaan kijken. Ik verwijderde daarna de geschiedenis van de browser. Niemand had iets door en niemand kon iets door hebben. Daarna ben ik urenlang voor de spiegel gaan staan. Alles wat ik dan zei was: “Je bent dik. Je bent dik. Je bent dik.” Ik schaam me er ontzettend voor dat ik op die manier mezelf een eetstoornis heb aangepraat. Na lang strugglen met m’n zelfbeeld, eten, concentratie en lichamelijke conditie die erg omlaag gingen, liep de spanning hoog op. Ik had geen uitlaatklep voor al die spanning behalve sporten. Daarom dacht ik aan iets nieuws waarmee ik mezelf meteen kon straffen aangezien het sporten niet altijd kon. Automutileren. Voor alles wat ik at of dronk, moest ik een kras zetten. Eerst was het enkel een middel om mezelf te straffen op het gebied van eten. Pas in een later stadium, toen ik probeerde te stoppen, bleek hoe onmogelijk dit in het begin leek. Ik had geen motivatie vanuit mezelf. Ieder puntje motivatie dat ik had, kwam van anderen of was voor anderen.

Ondertussen overleed in die tijd mijn oma. Ze was een stabiele factor in m’n leven. Ook was zij de eerste die mijn eetstoornis door leek te hebben. De dag dat m’n oma overleed heb ik aan haar sterfbed gestaan en vertelde ze me: “Ik heb van jullie genoten.” Ik heb toen alleen maar kunnen huilen en niks terug gezegd. Tot ik in de kliniek kwam, heb ik daar altijd spijt van gehad. Vanaf toen ben ik m’n gevoelens nog minder gaan uiten. Ik slikte alle gevoelens in en sneed mezelf meer en meer. Rond deze tijd begon m’n vader ook meer te werken. Hierdoor kon ik makkelijk het ontbijt overslaan als mama ook vroeg moest werken. M’n broertje had namelijk nooit iets door of durfde er in ieder geval geen vraagtekens achter te zetten als ik zei dat ik al had ontbeten.

Door alle problemen rondom m’n eten gingen m’n cijfers ook omlaag. Gelukkig niet drastisch; van een 8.5 naar een 7.5. Op school hadden ze ook niets door omdat mijn maskers perfect waren aangepast en m’n cijfers redelijk bleven. Op deze manier heb ik het 2 à 3 jaar volgehouden. Met veel leugens en manipuleren, kon ik iedereen om de tuin leiden. Want Robin leek toch oh zo gelukkig. Ze lacht namelijk altijd. Zelfs ’s avonds in bed kon ik m’n maskers niet afzetten. Woede en verdriet tonen, leken simpelweg niet binnen mijn bereik te liggen. Ik voelde deze emoties wel, maar na jaren wegstoppen, lukte het me gewoon niet meer om ze te uiten. Het snijden, krabben en branden leken een prima remedie om met deze gevoelens en spanning vanbinnen om te gaan. Tot m’n moeder nadat ik een rondje had hardgelopen m’n pols zag. Ze was er kapot van, maar heeft dit nooit gezegd of zelfs maar laten merken. Zo ging het nou eenmaal bij ons thuis. Iedereen leefde langs elkaar heen. Net voordat m’n moeder het had gezien, heb ik het bij mijn mentor op school aangegeven. Ik heb een paar gesprekken gehad met de zorgcoördinator op school, maar dat haalde niet uit. M’n moeder heeft me daarom naar een eerstelijnspsycholoog gestuurd, maar alle problemen bleken te heftig daarvoor. Ik moest naar een gespecialiseerde instelling waar ik één keer per week een gesprek had met een psychotherapeute. Ik schaamde me ontzettend. De perfecte dochter, zus en vriendin bleek ineens verre van perfect.

Afgelopen zomer leek het beter te gaan. Na lang proberen en terugvallen, ben ik gestopt met automutileren. Helaas kwam daar nog iets veel verslavenders voor in de plaats; alcohol. Het begon met een paar glaasjes na een zware schooldag. Al snel had ik geen zware dag meer nodig om mezelf te mogen verwennen met een fles. Ook ging ik vaker oppassen bij de buren. Die dronken geregeld een fles weg op een avond. Ik mocht met ze mee drinken en al gauw zag ik het oppassen als gelegenheid om mezelf klem te zuipen en te kunnen roken. Ik ging daarnaast ook vaker afspreken met een vriendin die ik kende van atletiek. Zij rookte en dronk ook geregeld. Met haar erbij heb ik op een gegeven moment op school stiekem heel veel gedronken. Ze voelde zich super schuldig tegenover mij dat ze me liet drinken. Samen met haar heb ik ook oud en nieuw gevierd. Ik heb mijn moeder toen voor de zoveelste keer beloofd dat ik niet zou roken of drinken, maar in plaats daarvan was ik van plan volop te gaan gebruiken. De planning was om te gaan blowen, maar haar dealer was op vakantie waardoor dat ‘feest’ niet doorging. Uiteindelijk hebben we nieuwjaarsnacht dus alleen gevierd met een heleboel alcohol.

Op een gegeven moment lukte het niet meer. Na de zoveelste zelfmoordpoging en een uitzichtloze behandeling vond m’n moeder iets anders. Ze had via een vriendin van Yes We Can gehoord en was meteen helemaal overtuigd dat dat mijn redding zou zijn. Ik nog niet, maar ik gaf het een kans. Ik was zo hopeloos dat ik op dat moment alles aan zou pakken wat zou kunnen helpen. De intake bij YWCC was heel heftig, maar op hetzelfde punt ook weer heel fijn. Voor het eerst zag ik mijn vader huilen en m’n moeder durfde eindelijk te zeggen hoe bang en boos ze op me was. Het voelde heel vervelend op dat moment, maar achteraf kan ik nu zeggen dat ik dat misschien wel nodig had om die handtekening onder het voorlopige behandelplan te kunnen zetten. Ik zou eigenlijk alleen naar de intake hoeven van m’n moeder en daarna keken we nog wel, maar na 4 uur mocht ik al een handtekening zetten! Ik zou over een maand naar een kliniek gaan. En bang dat ik was! Ik maakte er het ‘beste’ van. Dat dacht ik tenminste; nog meer drinken, nog minder naar school en schijt hebben aan alles en iedereen.

In die periode gebeurde er iets wat mij misschien mijn hele leven nog zal achtervolgen, maar dankzij YWC kan ik er nu beter mee omgaan. Dat gebeurde maar een paar dagen voordat ik naar de kliniek ging. Ik paste heel veel op bij de buren en was een kind aan huis bij hun. De buurvrouw voelde als m’n tweede moeder. Met die man had ik nooit heel veel, maar ik vond het niet erg als hij er was. Tot ze op een avond samen uitgingen en ik weer bij hen zou oppassen. Rond half 3 kwamen ze zwaar aangeschoten met de taxi aan. Hij heeft me doen meerdere malen gezoend. Ik was te zwak om hem af te weren omdat hij me voor die tijd ongeveer 10 glazen drank had ingeschonken. Ik was er kapot van en heb dit nooit met iemand besproken.

Gelukkig kwam ik er in de kliniek achter dat met 80 jongeren om je heen, er altijd wel iemand is die zich herkend in je situatie. Ik had niet zoals de meeste een specifiek probleem waarvoor ik naar Yes We Can ging. Eerst was het alleen voor m’n stemmingsproblemen, maar in de kliniek zelf kwam ik erachter dat mijn eetstoornis nog een groot deel van m’n leven uitmaakte. Daarom is daar ook nog verder aangewerkt. Ook kwam de aanranding van mijn buurman naar boven daar. Ik was ontzettend bang om het te vertellen, maar de reactie van mensen was ronduit perfect. Mensen toonden respect, liefde en genegenheid op een manier die ik altijd heb gezocht, maar nooit heb gevonden. Ik ben deze plek nog altijd dankbaar.

Nu, bijna driekwart jaar later is mijn leven 180 graden gedraaid. Ik ben gestopt met sporten omdat ik hierin snel doorsloeg met m’n eetstoornis. Ik heb een geweldige vriend waaraan ik echt alles kan vertellen. Op school gaat het ook weer beter. Ik heb afgelopen jaar besloten dat VWO te hoog gegrepen was ondanks dat ik al in 6 VWO zat. Nu doe ik gespreid examen en maak ik de rest af op de Havo. Ik ben ontzettend blij dat ik nu kan zeggen dat de vrienden die ik vandaag de dag heb, de echte Robin kennen. Degene zonder maskers, zelfdestructief en egocentrisch gedrag. Waar ik nu sta, ben ik niet vanzelf gekomen. Ik heb er hard voor gewerkt in de kliniek en heb vanaf toen wekelijks twee NA-meetings in Hilversum gepakt. De meetings voelen als thuis en ik ben zo dankbaar dat ik die plek nu heb, maar zonder Yes We Can had ik nooit van die meetings gehoord of zelfs maar een beetje interesse gehad in een leven zonder alcohol, eetstoornis en automutileren. Ook de band met m’n ouders is enorm verbeterd. Sinds ik uit de kliniek ben gekomen, zie ik m’n eigen aandeel in, in de ruzies die we hadden. M’n ego zit niet meer in de weg om soms ook toe te kunnen geven dat ik fout zit. Ik geniet weer van het leven en ben zo blij dat ik er vandaag de dag nog steeds ben!