Roychang

“Ik had het compleet opgegeven. Iedere minuut was ik bezig met de gedachte over hoe ik er een eind aan zou kunnen maken” 

Ik ben opgegroeid met een Thaise moeder en Nederlandse vaderIk ben tweetalig en met twee culturen opgegroeid. Mijn vader werkte fulltime en mijn moeder was thuis, wat ertoe leidde dat ik eigenlijk altijd met mijn moeder was. Ik had een enorm goede band met mijn moeder en we deden ook veel dingen samen.  

Vanaf het moment dat ik naar de peuterspeelzaal ging, toen ik 2,5 jaar oud was, ging het eigenlijk mis. Ik zei tegen mijn ouders dat ik er niet hoorde en dat ik er niet meer heen wilde. Mijn ouders begrepen dit niet, aangezien ik gewoon een peuter was en een peuter hoort nou eenmaal op de peuterspeelzaal. Totdat ze een keertje meegingen. Ze kwamen er toen achter dat ik helemaal niet hetzelfde was als de andere kinderen. Waar andere kinderen nog brabbelden, huilden om van alles en niks van het leven begrepen, praatte ik gemakkelijk in volle zinnen met volwassenen en begreep ik meer van het leven dan je van een kind van mijn leeftijd zou verwachten. Op die leeftijd ben ik gestopt met praten, later bleek: selectief mutisme, een angststoornis die voorkomt bij kinderen waarmee ze angst hebben voor het spreken. Ik sprak alleen nog thuis, maar niet meer op de peuterspeelzaal, later ook niet op school. 

Basisschool

In groep 2 ben ik verhuisd, waardoor ik op een nieuwe school terecht kwam. Ondanks het ‘niet praten’ maakte ik wel snel nieuwe vrienden. Ik had geen moeite met contact maken en ik kon prima laten zien wat ik nodig had. Vanuit deze school werd aangeraden om een IQ-test bij me af te laten nemen, waaruit vervolgens bleek dat ik hoogbegaafd was. Het werd toen duidelijk voor school dat ik dus wel prima kon praten, maar het dus gewoon echt niet durfde. Vanaf dat moment, nog steeds in groep 2, is er een traject ingegaan om mij te laten praten. Ik ging regelmatig naar een intern begeleider om spelletjes te spelen en dat uiteindelijk op te bouwen tot praten. Dat liep niet helemaal perfect, aangezien ik vaak wel doorhad waar ze mee bezig waren en daar niet in mee wilde gaan. 

Op het moment dat ik bijna naar groep 3 moest, werd het toch wel noodzakelijk om te gaan praten. Er werd getwijfeld over speciaal onderwijs en als kind kreeg ik dit ook mee. Ik zag dat de mensen om me heen teleurgesteld waren en dat was precies wat ik niet wilde. Ik beloofde daarom aan mijn moeder dat ik zou gaan praten wanneer ik vijf jaar was. Mijn moeder nam dit in eerste instantie niet echt serieus, aangezien zo’n angststoornis normaal gesproken niet van de een op de andere dag over is, maar het gebeurde. Precies op mijn 5e verjaardag begon ik weer te praten, op school, buiten school, met iedereen. Deze stap leek voor iedereen in mijn omgeving een enorm mooie stap voor mezelf en voor mijn zelfontwikkeling, aangezien ik nu kon laten zien wat ik allemaal kon en wist, maar voor mij was dit het eerste grote moment van mezelf aanpassen om anderen gelukkig te kunnen maken.

De rest van de jaren op de basisschool verliepen prima. Ik had redelijk wat vrienden, het ging goed met mijn resultaten en ik kwam ook over als een vrolijk kind. School was alleen niet uitdagend genoeg voor me, waardoor ik na school behoefte had aan vele andere activiteiten. Zo had ik vele hobby’s: ballet, piano, turnen, tekenen, zwemmen, lezen. Op een gegeven moment ben ik ook begonnen met vrijwilligerswerk op een kinderboerderij. Na school bleef ik vaak om de juf nog ‘even’ te helpen met nakijken of opruimen. Voor een kind van 8-10 had ik een enorm druk rooster, maar ik genoot ervan om zoveel te kunnen doen en ik ben er dus ook enorm dankbaar voor dat dit mogelijk was. 

Anders dan de rest

Ondanks dat ‘perfecte’ leventje dat ik leidde - ouders bij elkaar, vrienden, hobby’s, goede resultaten op school - voelde ik me toch nooit helemaal gelukkig. Ik merkte in alles dat ik anders was dan de rest. Zo ging ik als enige af en toe uit de klas om extra opdrachten te maken, ik hoefde vaak niet mee te doen met de les en ik kon met klasgenoten niet praten over de dingen die mij bezighielden. Ik was prima in staat om me aan te passen (iets te goed eigenlijk), maar diep van binnen voelde ik toch een verlangen om gewoon net als de rest te zijn. 

De perfecte leerling

Toen ik naar de middelbare ging, naar het gymnasium, had ik de hoop dat het daar leuker en uitdagender zou wordenIk hoopte dat ik me daar minder hoefde aan te passen aan de mensen in mijn klas. Helaas viel dit tegen. Daar waar ik op de basisschool overkwam als dat stille meisje, dat deed alsof ze hard haar best deed voor dingen en daarnaast ook wel rustig met vrienden omging, wilde ik op de middelbare school eens opvallen. Ik praatte veel, ik kwam druk over, in de lessen praatte ik altijd met klasgenoten of met docenten. Meestal nog net niet op een vervelende manier, aangezien ik wel mijn best bleef doen op school en geen enkel kwaad in me had en omdat ik de docent absoluut niet teleur wilde stellen. Ik sprong alle kanten op: van een ‘perfecte’ leerling, naar een ‘perfecte’ vriendin en dochter, in hobby’s wilde ik uitblinken en later ook op (vrijwilligers)werk. Op school betekende dit trouwens ook dat ik niet alleen maar hoge cijfers mocht halen. Dan zouden mijn klasgenoten me raar vinden, wellicht wel buitensluiten, dus ook hier heb ik mezelf in aangepast. Het leek allemaal met elkaar te botsen, aangezien die hobby’s en werk veel tijd in beslag namen, waardoor school eronder kon lijden, maar het lukte me. Ik was een kameleon van top tot teen en ik deed er alles voor om goed over te komen om de mensen om me heen gelukkig te maken. 

Vanaf de bovenbouw begon het allemaal wat moeizamer te gaan. Ik deed zoveel buiten school dat mijn resultaten er toch wel onder begonnen te lijdenTegelijkertijd wilde ik ook niet die hobby’s buiten school opgeven, aangezien ik daar ook goed in wilde zijn. Ik was eigenlijk nooit thuis en ik begon uitgeput en oververmoeid te rakenMensen om me heen, zoals vrienden, begonnen het wel lichtelijk aan me te merken, maar dat hield me niet tegen om door te blijven gaan. Ik wilde niet laten zien dat ik het niet aankon, dat zou een teken zijn dat het slecht met me gingDat zou mensen ongelukkig maken en dat wilde ik voorkomen. Op dat moment was ik totaal niet meer gelukkigIk snapte niet waar ik het allemaal nog voor deed. Zo mooi was het leven niet wanneer je je constant aan moest passen, maar ik zag het als plicht om dat te doen. Ik begon elke dag vermoeider en somberder te worden. Ik kon niet meer en ik wilde ook niet meer. Op een gegeven moment verlangde ik zo naar rust, dat ik dood wilde.

Uitvlucht

Ik zag dit alles niet echt als een probleem en ik hoefde ook niet geholpen te worden. In principe had ik alles zelf in de hand en ik dacht dat ik wel kon minderen als ik dat nodig hadDat was achteraf gezien precies het probleem. Ik kon niet minderen. Ik moest al die dingen blijven doen van mezelf om maar niet na te hoeven denken. Zo lang ik actief bezig bleef, konden die nare gedachten zich niet ontwikkelen en ging het ‘goed’ met me. Waar de een zijn uitvlucht zocht in drugsdrank of gamen om maar niet te hoeven voelen, zocht ik mijn uitvlucht in het bezig zijn.

Mentorgesprek

Aan het begin van het laatste schooljaar had ik een mentorgesprek, waarin mijn mentor vroeg: ‘Ik hoorde dat je buiten school nog allemaal dingen doet. Wordt dat soms niet gewoon een beetje te veel?’ Op dat moment stortte ik volledig in. Ik kon alleen nog maar huilen en al mijn sombere en depressieve gedachten kwamen eruit. Ik vertelde hem dat ik niet meer wilde leven, dat ik het nut er maar niet van inzag om door te blijven gaan. Ik kon het niet aan met dit drukke schema, maar minderen was al helemaal geen optie. Ik werd op dat moment overspoeld door mijn eigen emoties en gedachten. Ik had mezelf een lange tijd nooit zo geopend en ik wist niet wat me overkwam. Ik schaamde me. Voor mijn gevoel stelde ik me aan. Ik had ‘het perfecte leven’ en toch was ik niet tevreden. Hoe vaak ik wel niet de zin heb gehoord: ‘Ik zou willen dat ik jou was.’ En hoe vaak ik me op dat moment in moest houden om in janken uit te barsten en te vertellen dat dat helemaal niet zo fijn was.

Na dat gesprek voelde ik me niet opgelucht. Ik had voor mijn gevoel gefaald. Ik had opgegeven en ik kon het dus blijkbaar ook niet meer aan. Ik wilde eigenlijk gewoon net doen alsof er niks aan de hand was, naar mijn mentor toegaan en zeggen dat het eigenlijk wel meeviel, maar er op dat moment gewoon niet zo lekker bij zat en overdreven reageerde. Het lukte me alleen niet meer. Vanaf dat moment waarop ik me openstelde, bleef ik openstaan. Negatieve gedachte na negatieve gedachte, huilbui na huilbui, het maakte me nog vermoeider dan ik al was, wat me alleen nog maar depressiever maakte. Ook ontwikkelde ik op dat moment een angststoornis. Ik kon niet meer functioneren zoals ik eerst deed en voor mijn gevoel merkte iedereen dat aan me. Op school had ik weleens een huilbui en ik schaamde me kapot. Ik kreeg last van paniekaanvallen, waar ik me nog erger voor schaamde, waardoor ik niet meer naar de les durfde. Toetsen waren op dat moment al helemaal verschrikkelijk, aangezien het dan stil is en het opvalt wanneer jij een paniekaanval krijgt. Ik durfde dus niet meer naar toetsen, naar lessen en op een gegeven moment ook niet meer naar school.

"ik schaamde me zo erg dat ik me niet wilde laten helpen"

Op school had ik een goede band met een aantal docenten, net als op werk met teamleidersOok mijn vrienden stonden altijd voor me klaar, maar ik schaamde me zo erg dat ik me niet wilde laten helpen door hen. Ik wist zelf immers ook niet echt wat nou precies het probleem was. Ik was ontzettend ongelukkig, maar zonder een duidelijke reden en dat was precies waar ik me voor schaamde. Ik ben dat jaar ook een aantal keer bij een psycholoog geweest, op aandringen van schoolIk had er geen vertrouwen in dat ik me ooit weer gelukkig zou gaan voelen en al helemaal niet door een vrouw in zo’n instelling, die me helemaal niet kent, me nooit ziet en me één keer per week eventjes spreekt. Ik had het compleet opgegeven. Iedere minuut was ik bezig met de gedachte over hoe ik er een eind aan zou kunnen maken, maar tegelijkertijd wilde ik ook hierin mensen niet teleurstellen. Ik kon het mijn ouders, mijn vrienden en de docenten en teamleiders die me probeerden te helpen niet aandoen. Ik probeerde dus verder te gaan, ondanks mijn depressiviteit en die angststoornis.

Dat jaar heb ik me teruggetrokken voor het examen, maar ik was vastberaden om het een jaar later wel te halen. Dit keer op een andere school, aangezien mijn oude school geen vwo meer bood. Ik had de hele zomervakantie om uit te rusten en dat volgende schooljaar zou me het hoe dan ook gaan lukken, dacht ik. Het probleem was namelijk gewoon dat ik oververmoeid was door al mijn bezigheden en daar was geen verdere hulp voor nodig.  

Dit viel zwaar tegen. Door stress van de tentamenweek kwamen die negatieve herinneringen van dat jaar ervoor weer naar boven, waardoor ik weer langzaam wegzakte in dat sombere. Ik had nu bedacht om het meteen aan te geven aan school, voordat het weer net zo ver zou komen als dat jaar ervoor. Ik stapte dus op degene af die me aan het begin van het schooljaar ook had verteld dat ik bij problemen altijd bij hem terecht kon, maar hier werd niet erg fijn op gereageerd. Ik stelde me aan en het was gewoon een kwestie van wennen dat het nu nog niet helemaal lekker ging. Precies dat was waar ik enorm bang voor was, dat iemand zou denken dat ik me aanstelde. Ik ging twijfelen aan mezelf en alles van dat jaar ervoor kwam weer terug, alleen in nog ernstigere mate. Ik durfde echt niet meer naar school en ik wilde helemaal niks meer. Die gedachten over de dood waren weer sterk aanwezig en ik werd bang voor mezelf. Ik wist dat ik nu echt iets moest ondernemen, anders zou ik hier niet meer zo lang rondlopen.

Yes We Can Clinics

Ik ben op zoek gegaan naar informatie over klinieken en ik kwam uit bij Yes We Can Clinics. Ik had dit al eens eerder gezien, een jaar daarvoor, toen het ook erg slecht ging, maar toen wilde ik nog niet echt toegeven dat mijn problemen erg genoeg waren voor zoiets. Dit nieuwe schooljaar was dit eigenlijk ook nog niet echt het geval, maar ik wilde er alles voor doen om maar niet meer naar school te hoeven gaan en ook deels om mezelf veilig te stellen. Ik vertelde aan mijn moeder dat ik erheen wilde, waarop zij meteen mijn vader belde om aan te geven dat ik het aanmeldformulier in ging vullen. Mijn ouders hebben het ook erg moeilijk gehad met het feit dat ik niet om hulp wilde vragen. Ik sprak nooit met hen over mijn gevoelens, omdat ik ze niet bang of verdrietig wilde maken, maar het niet praten werkte juist averechts, aangezien ze toen juist geen idee hadden waar ik allemaal aan dacht en me constant overstuur zagen.  

Na enkele weken had ik mijn intakegesprek bij Yes WCan Clinics, waarna ik dacht dat ik helemaal niet aangenomen zou worden, omdat mijn problemen toch wel meevielen. Ik zei tijdens het wachten ook tegen mijn ouders dat we nu net zo goed weer naar huis konden gaan en dat ik wel weer gewoon braaf iedere dag naar school zou gaan om een diploma te kunnen halen. Tot mijn verbazing werd ik dus wel aangenomen en op 15 februari 2017 zou ik erheen gaan. Vanaf het moment dat ik die zekerheid had, voelde ik rust. Ik hoefde niet meer naar school, aangezien ik dat jaar door mijn opname toch geen examens kon doen en ik had gewoon een datum om naartoe te leven. Het was niet eens het geval dat ik er echt zin in had, maar ik had nu wel een doel in het leven, iets wat voor mij belangrijk was en me rust gaf. 

Eenmaal in de kliniek voelde ik me eigenlijk totaal niet thuis. Waar velen hun aankomst omschrijven als: ‘een enorm warm welkom en een plek waar iedereen elkaar begrijpt’ had ik het gevoel dat ik er totaal niet thuishoorde. Ik werd inderdaad erg warm ontvangen, maar er heerste zo’n drukke en onvoorspelbare energie dat ik ontzettend bang werd. Ik wist dat het ook een kliniek voor verslaafden was en ik had op dat moment een afkeer van mensen die drugs en alcohol gebruikten. Ik snapte niet hoe iemand daaraan verslaafd kon raken. Er was ook niemand die er depressief of bang uitzag, dus ik zag ook niet iemand door wie ik wel begrepen zou kunnen worden. Ondanks dit ongemakkelijke gevoel besloot ik er wel het beste van te maken en na een aantal dagen begon ik te merken dat het allemaal best meeviel. Tijdens groepsessies, maar ook daarbuiten, waren de meeste mensen zo eerlijk en puur over hun gedachten en gevoelens dat ik begon in te zien dat die ‘junks’ allemaal wel meevielen. Ik herkende me ook veel in hen. Ik had, in tegenstelling tot de meeste mensen, geen heftige jeugd, maar onze gevoelens van eenzaamheid, angst en het verlangen naar het vluchten kwamen wel overeen.  

Het fijne aan de kliniek was dat ik nu eindelijk de tijd en rust vond om na te denken over mijn problemen. Ik wilde onderzoeken waardoor ik nou zo somber was, aangezien ik dat op dat moment nog steeds niet helemaal doorhad, en beetje bij beetje vielen de puzzelstukjes op hun plek. Het schrijven van mijn levensverhaal heeft me er vooral bij geholpen. Helaas heb ik door angst, onzekerheid en de overmaat aan prikkels, niet alles kunnen halen wat er uit de kliniek te halen valt in die tien weken en achteraf vind ik dat prima. Herstel gaat niet gepaard met een verplichte hersteltijd, je kunt je eigen tempo daarin bepalen en aangeven. Mijn ontwikkeling begon vooral tijdens de nazorg, toen ik weer in ‘het normale’ leven terecht kwam. Doordat ik die tien weken zoveel emoties had losgelaten, onderzoek naar mijn leven had gedaan en tegelijkertijd ook de rust ervaarde van het ‘niet hoeven presteren’, voelde ik me thuis een stuk gelukkiger. De spanning, die me voor de kliniek bij het kleinste dingetje liet ontploffen, was weg. Ik kon beginnen met het opbouwen van een leven, waarin ik balans had tussen vrije tijd en het presteren.

Al met al kan ik zeggen dat het nu goed met me gaat en ik heb dat enorm te danken aan Yes WCan Clinics. Twee jaar geleden kon ik nog niet eens drie dagen vooruitkijken, omdat ik niet zeker was of ik dan überhaupt nog wel zou leven, terwijl ik momenteel op vele momenten gewoon kan genieten van de dingen die ik meemaak en van de mensen om me heen.

Persoonlijke verhalen

Fellows en ouders over hun ervaringen met Yes We Can Clinics